Flanders Lighting Solutions

flanders lighting solutions

kleurtemperatuur

Startpagina
Producten
  • SecondSun S-25
  • SecondSun S-25 TiO2
  • Info over (dag)licht
  • Wat is licht?
  • Kunstlicht
  • Kleurtemperatuur, lux, ...
  • Koop on line
    Dealers
    Contacteer ons
    Over F-L-S
     
    De kleurtemperatuur, kleurweergave-index en lumen waarden zijn zeer belangrijke parameters om een lichtbron te definieren.

    De kleurtemperatuur is een vereenvoudigde manier om de spectrale eigenschappen van een lichtbron te beschrijven. Men meet de kleurtemperatuur van een lamp door het licht ervan te vergelijken met een zwart lichaam (meestal platina). Dit lichaam wordt verhit en gaat eerst infrarood licht uitstralen. Bij verdere verhitting wordt het roodgloeiend, daarna geel en uiteindelijk puur wit. Als men het lichaam nu nog verder verhit, zal het licht blauwachtig worden en uiteindelijk overgaan van blauw naar diepviolet en ultraviolet.

    De temperatuur van het lichaam wordt uitgedrukt in Kelvin (K). Door de lichtkleur van een lamp te vergelijken met het zwart lichaam, kan men die lamp een bepaalde kleurtemperatuur in Kelvin geven.

    Kleurtemperatuur in Kelvin
    Kleurtemperatuur in Kelvin

    Een lage kleurtemperatuur wijst op een warme lichtkleur met een groot aandeel geel en rood. Hoe hoger de kleurtemperatuur wordt, hoe koeler het licht lijkt en hoe groter het blauwaandeel is. Mensen in noordelijke gebieden (lees: in noord en midden Europe) geven de voorkeur aan warme verlichting met een kleurtemperatuur van 2500K tot 3500K.

    Meer en meer worden ook koelere kleuren toegepast: een neutrale kleurtemperatuur tussen 5000K en 6000K is ideaal en geeft een zeer goede nabootsing van de middagzon. Onze ogen zijn door eeuwenlange evolutie hier ook op afgestemd waardoor we kleuren en details beter kunnen onderscheiden bij deze kleurtemperatuur. Hoe dichter de kleurtemperatuur aanleunt bij die van het zonlicht, hoe minder moeite onze hersenen moeten doen om kleuren te corrigeren en hoe minder vermoeiend de lichtbron blijkt.

    Lage kleurtemperatuur: 2700K
    Lage kleurtemperatuur: 2700K
    Splitsing van wit licht door prisma
    Hoge kleurtemperatuur: 6500K

    Enkele waarden op een rijtje:

    1000K-3500KZonsondergang
    1500KKaarslicht
    2700KNormale spaarlamp
    2750K100W gloeilamp
    3200K100W halogeenlamp
    4200KCool White TL- lampen
    5200KF-L-S SecondSun Full Spectrum spaarlampen
    en temperatuur oppervlakte zon
    5500KMiddagzon op de evenaar
    6500K-7500KBewolkte hemel
    10000K – 20000KOpen hemel

    Opgelet: de kleurtemperatuur is zeker niet bij alle lichtbronnen de werkelijke temperatuur van de lamp! Dit is enkel zo bij de zogenaamde zwarte stralers die licht produceren door verhitting van een bepaalde stof. Voorbeeld: een gloeilamp verhit een wolfraamdraad en is dus een thermische straler. Gasontladingslampen en LED's zijn geen thermische stralers, hierop kan men dus geen echte kleurtemperatuur kleven. Voor dergelijke lichtbronnen maakt men gebruik van de gecorreleerde kleurtemperatuur die een kleurtemperatuur beschrijft die aanleunt bij de temperatuur die de thermische straler op bij die waarde zou hebben.

    Samen met de kleurtemperatuur bepaalt de kleurweergave-index of color rendering index (CRI) het spectrum van het licht van de lamp en dus ook de kleur of tint van het uitgestraalde licht. De kleurweergave-index beschrijft hoe waarheidsgetrouw het uitgestraalde licht de kleur van een voorwerp weergeeft en heeft als maximum waarde 100.
    De CRI wordt gemeten door 14 vastgelegde kleuren te vergelijken met een referentielichtbron die dezelfde kleuren belicht. Hoe groter de afwijking, hoe kleiner de R-waarde voor 1 kleur. Na alle 14 kleuren getest te hebben, wordt de gemiddelde waarde Ra berekend: dit is de CRI.

    Thermische stralers zoals gloeilampen en halogeenlampen hebben steeds een CRI van 100, net als de zon. Hun spectrum is dan ook continu, zonder ontbrekende kleuren en zonder pieken. Gasontladingslampen hebben geen continu spectrum: de gassen in de lamp stralen licht uit op enkele frequenties. Een CRI waarde vanaf 80 is aanvaardbaar voor gebruik in woonkamers en winkelruimtes. Waar kleurweergave erg belangrijk is neemt men best lampen met een CRI boven 90.

    Spectrum zon: continu -> CRI = Ra 100
    Spectrum zon: continu -> CRI = Ra 100

    Spectrum gloeilamp: continu -> CRI = Ra 100
    Spectrum gloeilamp: continu -> CRI = Ra 100

    Spectrum lagedruk Natriumlamp: discontinu -> CRI = Ra 0
    Spectrum lagedruk Natriumlamp: discontinu -> CRI = Ra 0

    Bij TL– en spaarlampen wordt de CRI grotendeels bepaald door de soort en hoeveelheid fosfors in de lamp. We onderscheiden 2 belangrijke groepen fosfors: halofosfaat en rare-earth fosfors.
    Halofosfaatfosfors zijn erg goedkoop, maar hebben een lage effciëntie en slechte kleurweergave (50-70). De veelgebruikte Cool White TL lamp bezit deze fosfor. Rare-earth fosfors hebben een veel hogere effciëntie en men kan door het aantal fosfors en hun relatieve verhoudingen verschillende kleuren en wittinten maken.

    Een tegenwoordig vaak gebruikte TL lamp is de trifosfor lamp die gebruikt maakt van 3 rare-earth fosfors: rood, groen en blauw. Door hun onderlinge verhouding te veranderen kan men elke mogelijke kleurtemperatuur bekomen bij een CRI van 80 tot 85. Als men bij de rode, groene en blauwe fosfor andere fosfors toevoegt, wordt het spectrum vollediger en gelijkmatiger, waardoor de kleurweergaveindex stijgt met als nadeel een klein verlies aan efficiëntie. Deze methode is toegepast bij de SecondSun reeks van F-L-S.

    Cool White halofosfaat lamp
    Cool White halofosfaat lamp:
    grote piek in geel, geen rood in spectrum
    CRI = Ra 62


    850 met 3 rare-earth fosfors:
    850 met 3 rare-earth fosfors:
    3 pieken op rood, groen en blauw, groen-blauw en dieprood ontbreken
    CRI = Ra 85


    SecondSun reeks van FLS met 7 rare-earth fosfors
    SecondSun reeks reeks van F-L-S met 7 rare-earth fosfors:
    3 pieken op rood, groen en blauw, maar de
    ruimte tussen de pieken is verder aangevuld
    CRI = Ra 92

    De totale lichtopbrengst van een lamp wordt uitgedrukt in lumen. Hoe hoger de lumen waarde, hoe meer licht de lamp produceert. Het meten van de lumen waarde van een lamp wordt gedaan in een volledig afgesloten sferische behuizing die overal sensors bevat om de lichtsterkte te meten.

    De lichtsterkte op een bepaalde plaats wordt uitgedrukt in lumen per m2 of lux. Deze waarde wordt vooral bepaalt door de armatuur. Armaturen met reflectoren kunnen kleine lichtbronnen zoals HQI- of halogeenlampen bundelen tot een kleine spot waardoor de lux- waarden extreem kunnen oplopen. Bij het uitlichten van een ruimte moet men aan de hand van de lumen-waarden, de oppervlakte van de ruimte en de specificaties van de armatuur de lux-waarde berekenen, want die bepaalt de uiteindelijke lichtsterkte die men waarneemt in de ruimte.
     
    © 2005 - Flanders Lighting Solutions - Webdesign door Riemslagh Solutions